woensdag 7 april 2010

Peter Kooij in gesprek

In het Reformatorisch Dagblad staat en lezenswaardig interview met de bas Peter Kooij, die onder anderen participeert in de serie van Kantaten van Bach, onder leiding van Masaaki Suzuki

De tekstuitbeelding telt

Gert de Looze

Hij bezat volgens zijn conservatoriumdocenten onvoldoende talent. Toch zingt de beroemde bas Peter Kooij nog altijd. Het is een heerlijk vak, vindt hij. Vooral als Bach op de lessenaar staat, want die muziek verveelt nooit.

Peter Kooij (1954) bakte er niks van. Bijna veertig jaar geleden wezen docenten van het Utrechts Conservatorium hem de deur. In hun ogen bezat hij te weinig talent om ooit met zingen zijn brood te kunnen verdienen.
De bas kan er nu om lachen. Hij zingt, doceert en dirigeert dat het een lieve lust is. Hij werkt samen met grote dirigenten als Philippe Herreweghe en Masaaki Suzuki. Met de laatste realiseert hij de opname van alle Bachcantates.
Muziek kreeg Kooij met de paplepel ingegoten. Zijn vader Maarten werkte tijdens Peters jeugd als cantor-organist en dirigent in Soest. Moeder Ine zong als soliste en was lid van het NCRV Vocaal Ensemble. Zoonlief mocht zich vanaf zijn zesde laten horen in het kinderkoor van de Oude Kerk in Soest. Zijn vader liet hem daar kennismaken met werken van Schütz, Bach en Schönberg.
De zanger herinnert zich weinig uit die tijd. „Ik hoorde pas oude radio-opnames van het jeugdkoor. Er werd vroeger wél muziek gemaakt. Kom daar vandaag de dag eens om. De zangcultuur is in Nederland in het slop geraakt. Op scholen wordt vrijwel niets meer aan muziek gedaan.”
Kooij maakt zich zorgen: „De nadruk ligt op consumeren. Internet, tv, dvd’s en cd’s vullen de hoofden. Jongeren lezen weinig, waardoor de eigen fantasie vervlakt.”
De musicus nam als puber het zangersvak niet serieus. „Het leek me niets om daar mijn brood mee te verdienen. Ik koos voor de viool. Helaas gooide een zenuwontsteking tijdens het vierde jaar van mijn conservatoriumstudie roet in het eten en moest ik noodgedwongen stoppen. Toen heb ik toch maar auditie voor zang gedaan.”
De achttienjarige student mocht starten in de klas van Dora Lindeman. De contacten tussen de zangpedagoge en Kooij verliepen niet altijd even soepel. „Lindeman adviseerde mij ergens auditie te gaan doen, in de hoop dat ik vooraf mijn lange haren af zou knippen. Ik klopte aan bij het Groot Omroepkoor en werd direct aangenomen. Toen ik mij op de eerstvolgende zangles meldde met ongewijzigd kapsel en vertelde dat ik al drie dagen met het omroepkoor had gewerkt, ging mijn docente door het lint. Ik moest direct een punt achter die kooractiviteit zetten omdat die mijn stem ruïneerde. Ik heb haar advies niet opgevolgd.”
Toen de student uiteindelijk werd weggestuurd, hielp zijn verweer over zangervaring in het Groot Omroepkoor niets. „De docenten keken neer op koorzangers. Grote onzin natuurlijk.”
Kooij ging niet bij de pakken neerzitten, maar belde Max van Egmond – een bas die hij bewonderde. „Ik heb bij hem aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam het diploma zang gehaald. Hij leerde me onder andere niet alleen met mijn eigen stemmetje bezig te zijn, maar ook betrokken te zijn op het orkest. Je maakt sámen muziek.”

Een zanger is zijn eigen instrument. Maakt hem dat kwetsbaar?

„Helemaal niet. Een zanger vertolk een tekst, wat een extra dimensie geeft. Vooral recitatieven bieden ongekende mogelijkheden om te kleuren. Ik kan er vrijwel alle gemoedstoestanden in kwijt.
Helaas komen veel mensen niet aan tekstinterpretatie toe. Ze verliezen zich in toontjes en techniek, terwijl uitbeelding van de woorden telt. Ik kom het gebrek aan tekstanalyse veel bij studenten tegen. Het helpt al wanneer ik hun vraag iets eerst uit te spreken en pas daarna te zingen. Ze staan veelal met een mond vol tanden als het gaat over de betekenis van een tekstgedeelte.
Soms hoor ik leden van een strijkkwartet overleggen: Als we denken dat er in deze passage dit gebeurt en het op die manier spelen… Zoiets kan tot misverstanden leiden. Voor een zanger is dit uitgesloten, want hij krijgt zijn tekst op een presenteerblaadje aangereikt. Ik geef graag les om mensen hiervan bewust te maken.”

Waarom legt u zo veel nadruk op tekstinterpretatie?

„Het is de belangrijkste opgave voor zangers. Dat houd ik ook studenten voor. Tijdens een concert zitten er misschien twee mensen die een zangopleiding volgden in de kerk. Zij letten op technische details. De honderden andere luisteraars komen voor de tekst.
In een aria speelt het orkest vaak de melodie die een zanger even later zingt. Sommige dirigenten doen maar wat, omdat ze zich nauwelijks in de tekst verdiepen. Dan trek ik aan de bel, omdat ik vind dat de begeleiding de blauwdruk moet geven voor de articulatie van de tekst.”

Nemen dirigenten u dergelijke kritiek in dank af?

„Van die kritiek is tegenwoordig nog weinig sprake, omdat ik voor 99 procent met dirigenten werk bij wie ik me thuis voel. Als er een verschil in visie openbaar komt, praten we daar op een vriendschappelijke manier over.
Het gebeurde vroeger wel eens dat orkestleden zeiden: Wilt u harder zingen, want we horen u nauwelijks. Dan moet ú zachter spelen, was altijd mijn reactie. Ik ben vrij direct. Dergelijke opmerkingen hebben me uitnodigingen voor concerten gekost, maar dat maakt me niet uit. Ik ga mijn eigen weg. Sommige collega’s hebben een minderwaardigheidscomplex omdat ze niet sterk genoeg zouden overkomen. Ik vind het veel indrukwekkender om af en toe zacht te zingen.”

U gaat als barokspecialist door het leven. Een eretitel?

„Zeker. Ik woon liever in een kasteel dan in een doorzonwoning. Ik geniet ontzettend van composities uit de zeventiende en de achttiende eeuw. Vooral de Noord-Duitse barok, werk van bijvoorbeeld Telemann, Bruhns en Meder, ligt mij na aan het hart. Neem ”Wie liegt die Stadt so wüste” van Weckman, gecomponeerd tijdens een pestepidemie. Harmonische wendingen sluiten naadloos aan op de tekst. De ontreddering, de angst, maar ook het zich vastklampen aan God zijn samengebald in de muziek.
Ik heb weinig op met de meeste opera’s. Ze gaan mij niet diep genoeg. Wat moet ik met flauwe verhaaltjes over allerlei intriges?
Er zijn ook barokcomponisten die ik liever aan mij voorbij laat gaan. Händel zou goed voor de stem hebben geschreven, hoor ik regelmatig. Inderdaad, elke opera bevat wel een prachtige aria. Maar harmonisch gezien is veel van zijn muziek niet interessant genoeg en mist ze diepgang. Tijdens het uitvoeren van dergelijke werken betrap ik mij er soms op dat ik aan andere dingen sta te denken. Bij Bach overkomt me dit nooit.”

Wat is de meerwaarde van Bach?

„Zijn teksten raken mij persoonlijk. Ik zou ze anders niet kunnen zingen zoals ik nu doe. Bach staat op eenzame hoogte. Ik kan moeilijk uitleggen waarom. Inmiddels heb ik ruim 300 keer de Matthäus Passion gezongen en nog altijd ontdek ik nieuwe dingen.
Zijn muziek is overigens geen zalfje voor de stem en vraagt een inzet van honderd procent. Gelukkig maar, want wie zijn werk niet intensief doet, wordt een zingend loonzakje.
Soms wordt gedacht dat Bach alleen schattige jongetjes van acht als sopraan en alt kon inzetten, maar het tegendeel is waar. De stemwisseling vond in de achttiende eeuw tussen het 18e en 21e levensjaar plaats. Omdat de Thomascantor over jongens met veel ervaring beschikte, kon hij complexe muziek blijven schrijven.”

De eerste, kortgeleden uitgekomen cd van uw vocaal ensemble Sette Voci bevat motetten van Bach. Een bewuste keus?

„Deze werken klinken vaak zo log. Ik wilde laten horen hoe doorzichtig dergelijke geestelijke muziek klinkt als je die zingt met acht in plaats van zestig zangers.”

U bent jaarlijks een aantal maanden van huis. Wat betekent dat voor het gezinsleven?

„Ik probeer na een aantal weken afwezigheid ten minste tien dagen thuis te zijn. Ik ben er dan echt voor de kinderen als ze uit school komen. Die intensieve contacten verfrissen de verhoudingen.”

Uw viool hangt aan de wilgen?

„Ja, maar soms pak ik het instrument nog. Onlangs deed ik wat samen met mijn vioolspelende nicht Janine Jansen. Toen voelde ik mij heel klein worden.”
________________________________________

Peter Kooij


De Nederlandse bas Peter Kooij (1954) zingt vooral barokmuziek. Hij is te horen op ruim 130 cd’s. Met de Japanse dirigent Masaaki Suzuki neemt hij alle Bachcantates op. Kooij doceert zang in Den Haag en Tokio, verzorgt regelmatig masterclasses en is dirigent van het vocaal ensemble Sette Voci.

© Reformatorisch Dagblad

maandag 29 maart 2010

Klassik Heute beoordeelt cd van Léon Berben

In Klassik heute staat een recensie van de nieuwste cd met werken van Vinecnt Lübeck, die onlangs is uitgebracht door het label Aeolus. De uitvoerende is Léon Berben
Klassik.heute.

Hieronder volgt de tekst van de recenisie:

Im Schatten so berühmter Musiker- und Komponistenpersönlichkeiten wie Bach oder Mozart zu

stehen, macht es für Komponisten bis heute nicht einfach, aus diesem herauszutreten. Übermächtig
ist die Präsenz der großen Tonsetzer in Konzert und Liturgie und auch auf dem Tonträgermarkt. Daher sind Aufnahmen wie die vorliegende mit Orgelwerken des Hamburger Organisten, 
Komponisten und Orgelsachverständigen Vincent Lübeck (1654-1740) umso nötiger und wichtiger.
Schreibt doch schon Johann Mattheson in seinem 1739 erschienen Kompendium Der vollkommene
Capellmeister: „Insbesondere gehet wol Händeln so leicht keiner im Orgelspielen über; es müste Bach in Leipzig seyn: Darum auch diese beyde, ausser der Alphabetischen Ordnung, oben an stehen sollen... Nächst diesen sind berühmt: Böhme in Lüneburg, Callenberg in Riga; Clerambault in Paris...

Lübeck in Hamburg...
“Vincent Lübeck, 1654 in Padingsbüttel geboren und von 1702 bis 1740 Organist an der Hamburger
Hauptkirche St. Nicolai, teilt das Schicksal des Dornröschenschlafes mit vielen seiner „Kollegen“ wie cheidt, Bruhns, Reincken, Weckmann – und das völlig zu Unrecht, wie diese Einspielung von León Berben an den Arp Schnitger-Orgeln von St. Jacobi (Hamburg) und St. Georg (Weener) eindrucksvoll unter Beweis stellt. Eine verhängnisvolle Kombination von einer Bach- und Buxtehude-lastigen
Unterrichtslage an den Musikhochschulen über viele Jahrzehnte und der Nische „Orgelmusik“ im
Allgemeinen verhindern, dass solche Pretiosen einer breiteren Öffentlichkeit bekannt werden.
Berbens Einspielung auf den vorbildlich restaurierten Instrumenten stellt die Klangwelt jenseits der großen Bachschen Architekturen vor, mit sehr viel Spielfreude, großer Virtuosität und abwechslungsreicher Registrierkunst.
Was soll man dieser und ähnlichen Einspielungen wünschen? Dass, angeregt durch eben solche langdokumente, die Musik von Vincent Lübeck den Weg von den Ohrstöpseln und Stereoanlagenbewehrten
Wohnzimmerlandschaften hinaus in die regelmäßige liturgische und konzertante Praxis der Kirchen und Konzertsäle findet. Man wird so manches Stück des großen Thomaskantors dann mit anderen Ohren hören und ihn nicht alleine auf den Säulen des großen barocken Tonheiligen stehen lassen. In Gesellschaft geht es einem denn doch besser.

Frank Höndgen (29.03.2010)

Künstlerische Qualität:10 Bewertungsskala: 1-10

Klangqualität:10

Gesamteindruck:10

dinsdag 2 maart 2010

Nieuwe recensie in Fono Forum

In het Duits talige tijdschrift Fono Forum wordt de dubbel cd met de Toccata's van Bach, uitgevoerd door Léon Berben, besproken, tesamen met andere cd's. Het gaat hier, zoals eerder op deze blog is vermeld, om de eerste in een reeks van meerdere cd's met orgelwerken van Johann Sebastiann Bach, die de organist en klavecinist Léon Berben de komende jaren hoopt uit te brengen. Hij maakt daarbij gebruik van oude instrumenten, en zal daarbij niet alleen de bekende (monumentale, zoals die van Schnitger) instrumenten in zowel Duitsland als Nederland bespelen, maar ook die van Wagner, Hinsz en andere orgelbouwers uit de tijd van Bach
Hieronder treft u een foto aan met daarop de gescande tekst van deze recensie.
Wanneer de tekst niet of moeilijk te lezen is, kunt u op de foto klikken.

dinsdag 23 februari 2010

Concerten van Leon Berben in het buitenland

Léon Berben geeft dit jaar aardig wat concerten in het buitenland, als organist, clavecinist en doet dat soms in samenspel met Verena Fischer (fluit), Wolfgang Kostujak (clavecimbel).


11 jan 2010 Köln, Kunst Station St. Peter, Das Mollsche Gesetz, Léon Berben, Cembalo

16 jan, Klingenberg, Schloss, mit Verena Fischer, Traversflöte


6 Febr. Tokio (J), Cembalo & Orgel

21 Febr. Siegen, Nikolai, Orgel & Cembalo, mit Wolfgang Kostujak, Cembalo


28 märz, Lichtenhagen/Rostock, Dorfkirche, mit Verena Fischer , Traversflöte


15 Mai, Liesborn, Abtei, Cembalo, mit Michael Behringer, Cembalo


3 Juni, Bad Arolsen, Barockfestspiele, Cembalo

6 Juni, Weener, St. Georgskirche, Orgel (Schnitger), Lübeck

11 Juni, Antwerpen (B), Kathedraal, Orgel (Metzler), J. S. Bach


12 Juli 2010, Veenhuizen (NL), Koepelkerk, Orgel (Hillebrand-Edskes)

16 juli, Würzburg, Spitäle, mit Verena Fischer, Traversflöte

22 juli, Segovia (E) kathedraal.....

27 Juli, Hamburg, St. Jacobi , Orgel (Schnitger), Bach, Cabanilles, Lübeck


1 Aug. Unna/Cappenberg, Stiftskirche, Cembalo, mit Verena Fischer, Traversflöte

3 Aug. Soest/Ostönnen, GDO

5 Aug. Quelven (F), Orgel

7. Aug. Folgoet (F), Orgel

8 Aug, Josselin (F), Orgel

13 Aug. Halle, Marktkirche, Orgel

15. Aug, Harbke, St. Levin, Orgel (Fritzsche-Treutmann)

17 Aug. Nijmegen (NL), St. Stevenskerk, Orgel (König)

22 Aug. Périgieux (F), Cité, Orgel

26 Aug. Kampen (NL), Orgel (Hinsz)

28. Aug, Orgelfahrt, u.a. Lebusa, Silbermann-Orgel


t.b.a. Sept. Stuttgart, Musikfest, Cembalo

5 Sept. Soest/Ostönnen, Orgel

22 nov. 2010 Basel (CH), Bischofshof-Münstersaal, Clavecymbel (Wilh. Fr. Bach)

woensdag 27 januari 2010

Recensie dubbel cd met Toccata's van Bach

In het Reformatorisch Dagblad van 27 februari staat een recensie van de dubbel-cd met Toccata’s van Bach, uitgevoerd door Léon Berben

Alle toccata’s van Bach

Gert de Looze

Wervelend, sprankelend en verrassend. Zo is de dubbel-cd met alle toccata’s van Bach te typeren.
De pedaliter werken speelt Léon Berben (1970, Heerlen) op het Hagerbeer/Schnitgerorgel in de Laurenskerk van Alkmaar. De manualiter composities klinken op een fraai klavecimbel van Keith Hill, een kopie van een instrument van Christian Zell uit 1728.
Klavecinist en organist Berben verdiepte zich volgens het booklet grondig in de historische uitvoeringspraktijk. Dat levert een verfrissende kijk op overbekende kost op. Zo past de oudemuziekspecialist meer versieringen toe dan de meeste collega’s.
Soms speelt Berben overduidelijk non-legato. Dat was even wennen, maar inmiddels ben ik overstag. Mede dankzij de doorzichtige (orgel)klank, Berbens versieringskunst, zijn oog voor detail en de onverwachte accenten die hij plaatst.
Deze energieke Bach smaakt naar meer. Maar dan wel graag grote (orgel)werken afwisselen met rustige composities.

Johann Sebastian Bach – Toccata’s, Léon Berben, harpsichord & organ; Ramée (RAM 0903); 2-cd; € 29,95.

© Reformatorisch Dagblad

zaterdag 16 januari 2010

Leon Berben komt met cd met werken van Vincent Lübeck


Bij het label aeolus is eind 2009 is de nieuwste cd van Leon Berben verschenen. Op deze cd speelt hij de orgelwerken van Vincent Lübeck, op de Schnitger-orgels van de St. Jacobi Hamburg en in de St. Georg te eener, beide gerestaureerd door Ahrend.

1. Praeludium ex G

2. Praeambulum ex C

3. Praeludium ex D

4. Ich ruff zu dir Herr Jesu Christ

5. Praeludium ex E

6. Praeambulum et fuga ex F

7. Nun last uns Gott den Herren

8. Praeludium ex C

9. Chacon

10. Praeambulum ex G

11. Ach wir armen Sünder

De opname is, zoals gewoonlijk bij dit label, zeer fraai. Inmiddels is op de site www.orgelnieuws.nl een recensie van deze cd verschenen (zie elders op deze blog de link naar deze recensie).

Een aantal van deze orgelwerken van Vincent Lübeck zal hij in 2010 spelen tijdens de concerten in Nederland (o.a. in de Bovenkerk te Kampen).

Antoni van Noordt even uit de schaduw

In het Reformatorisch Dagblad van vandaag staat een lezenswaardig artikel over Antoni van Noordt

Mysterieuze orgelmeester, expressieve muziek

Jaco van der Knijff

Anthoni van Noordt en zijn ”Tabulatuurboeck”: jaren geleden raakte Jaap den Hertog (58) geboeid door de man en zijn muziek. Na jaren onderzoek heeft de Zeistenaar ongeveer alle grote vragen rond deze mysterieuze orgelmeester beantwoord gekregen.

Het begon toen hij organist was in de gereformeerde gemeente van Hoofddorp, hij was 21 jaar. Tijdens zijn zoektocht naar muziek voor de eredienst, kwam Jaap den Hertog de psalmvariaties van Anthoni van Noordt (ca. 1619-1675) tegen. „Die intrigeerden me. Ik vond ze ongelooflijk moeilijk. Ik kreeg maar geen zicht op het tempo. Bij een van de bewerkingen van Psalm 7 raakte ik een keer helemaal de kluts kwijt.”

Hij ging naar het Amsterdamse conservatorium, werd muziekdocent aan hogeschool de Driestar, raakte meer en meer bij het reken- en wiskundeonderwijs betrokken en kwam uiteindelijk bij het Freudenthal Instituut in Utrecht terecht, waar hij het rekenonderwijs voor de basisscholen ontwikkelt.
Maar Van Noordt en de 17e-eeuwse Amsterdamse orgelcultuur lieten hem niet los. Uiteindelijk werden jaren van zoeken en vergaren vorige maand in Leiden beloond, toen Den Hertog een vuistdikke dissertatie over deze materie verdedigde.
Het verhaal van Anthoni van Noordt en zijn ”Tabulatuurboeck” is snel verteld. In 1660 publiceert Van Noordt, dan organist van de Nieuwe Zijdskapel, een bundel orgelmuziek: tien psalmen en zes fantasieën. Hij spaart bij de uitgave kosten noch moeiten. Waarschijnlijk is hij zelf de graveur van de meer dan zestig koperplaten van het boek.
Het lijkt erop dat er maar één exemplaar is gedrukt. „Ik ben geen signalen tegengekomen van meer exemplaren en ook geen signalen van verspreiding van het boek”, zegt Den Hertog. Het éne exemplaar ligt in een bibliotheek van de Poolse stad Krakau.
Wat is nu het bijzondere aan het ”Tabulatuurboeck”? Den Hertog: „Mijn eerste grote ontdekking was dat je Van Noordts psalmvariaties in relatie kunt brengen met de psalmteksten van Datheen. Let eens op de volgorde: Psalm 15, 38, 6, 7, 2, 50, 119, 116, 22, 24. Dat lijkt niet logisch. Maar inhoudelijk is dit zorgvuldig geconstrueerd. Van Noordt wil een boodschap meegeven. Hij begint met de vraag wie „hiernaar” op Gods heilige berg zal verkeren. Om te eindigen met Psalm 24: wie rein van hart en handen is, zal op die heilige berg wonen en blijven.”
Met allerlei muzikale figuren heeft de componist de tekst uitgebeeld, stelt Den Hertog. „Ik kan dat niet bewijzen, maar wel proberen aannemelijk te maken. Bij vers 1 van Psalm 6 tref je een serie uitgeschreven trillers aan. In die tijd staat een triller voor beven, felle emotie. Dat heeft te maken met de ontzetting waarvan sprake is in de tekst. Als je weet dat de zogenaamde figura corta (kort-kort-lang) stond voor opgewondenheid als gevolg van kwaad of verdriet, dan past dat precies bij het begin van Psalm 2, over het razen van de heidenen.”
In de orgelwereld wil men van deze relaties vaak niet weten omdat ze nogal subjectief zouden zijn. „Van Noordts bewerkingen worden vaak benaderd als absolute, objectieve muziek. En zo worden ze ook uitgevoerd. In de late barok, zoals bij Bach, zou de muziek buitengewoon expressief zijn. Daarvoor nog niet. Maar Rembrandts werk benader je toch ook niet als absolute, objectieve kunst? Ieder accepteert dat hij bijbedoelingen had. Dat had Van Noordt ook.”
De doctor pleit dan ook voor een expressieve manier van uitvoeren van Van Noordts werken. „Daarmee doe je recht aan de affecten die hij erin verwerkte.”
Wie speelt volgens hem Van Noordt zoals het hoort? „Bernard Winsemius, Van Noordts verre opvolger als organist van de Amsterdamse Nieuwe Kerk, doet het goed. Niet zozeer op basis van de teksten, maar op grond van de noten. Hij speelt Van Noordt heel dynamisch en expressief.”

© Reformatorisch Dagblad